donderdag 15 maart 2012

Van de Veldes knetterende schedels: koele geschiedenis van een geïnterneerde...


"Op een namiddag, toen ik hem een boek terugbracht, confronteerde Gerard Brasseur mij met een zonderlinge, ondefinieerbare angst. Hij zat onbeweeglijk in zijn leunstoel en had zijn hoofd met de schreeuwendste kleuren beschilderd, als van een Kongolese krijger. De verf lag in dikke, vette strepen over zijn huid en droop in zijn mond en oren.
Ik vroeg of ik iets voor hem kon doen en hij stak grijnzend zijn tong uit, beschilderd met het hatelijkste geel dat ik ooit heb gezien.
Toen ik de volgende dag merkte dat het geweldige hangslot verdwenen was, wist ik dat Gerard Brasseur was overgebracht naar de bijzondere afdeling waar, zo beweerde de brochure van het asiel, 'ernstig zieke patiënten met toewijding verzorgd werden door een deskundig personeel'."

(uit: R. van de Velde, 'De knetterende schedels. Waarin opgenomen: De knetterende schedels & Recht op antwoord'. 2001, Nijgh & Van Ditmar (Amsterdam/Antwerpen), p. 75)


In de jaren '50 raakte Roger van de Velde (1925-1970), schrijver, journalist en leerling/vriend van Willem Elsschot, als maagpatiënt verslaafd aan pijnstillers. Palfium R-875: aanvankelijk doeltreffender dan morfine en zonder schadelijke nevenwerking. Van de Velde kon niet meer zonder zijn dagelijkse dosis Palfium. Ook toen dit fameuze pijnstillende medicijn, wegens erg verslavend, op de lijst van de verboden middelen werd gezet. Zestig pillen in plaats van de gebruikelijke vier. Geen dokter wou toen nog de verantoordelijkheid dragen voor de zwaar verslaafde Boomse reporter. Ook met drank dacht Van de Velde de pijn en angst, als gevolg van verschillende maagoperaties, te kunnen stelpen. Tijdens een alcoholcontrole in september 1961, toen de totaal benevelde schrijver aan de linkerkant van de weg reed, vond de politie vervalste doktersvoorschriften in zijn auto. Van de Velde werd gearresteerd en diende, omdat zijn advocaat de journalist een gevangenisstraf wou doen ontlopen door hem op het ogenblik van de feiten ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren, een psychologisch onderzoek te ondergaan. Een totale afwezigheid van spontane, emotionele reflexen, zware karakterstoornissen en schizoïde introvertie declareerde deze doorlichting. Op basis van deze vaststelling werd Roger van de Velde op 20 februari 1962 geïnterneerd. Omdat hij tegen zichzelf in bescherming diende genomen te worden. Zijn verslaving aan pijnstillers werd nooit aangepakt - geïnterneerden hadden en hebben nog steeds geen recht op medische of therapeutische behandeling - en telkens de man voorwaardelijk vrijkwam, ging het onmiddellijk weer richting gevangenis of psychiatrisch centrum. Zes van zijn laatste acht levensjaren bracht Van de Velde in eenzame opsluiting door. Van Anwerpen tot Boechout en van Merksplas tot Mortsel.

In 1969, een dik jaar voor zijn tragische dood in een Antwerps café, verscheen het boek 'Knetterende schedels'. In deze getuigenis in twintig korte hoofdstukjes doet Van de Velde op afstandelijke, realistische wijze verslag vanuit enorme slaap- en leefruimtes - die iedere vorm van privacy dienden te ontnemen - en heterogeen samengestelde psychiatrische patiëntengroepen. Met in de lucht: de voortdurende dreiging van agressie, medicatie en repressie.
Kort daarop kwam het opmerkelijke pamflet 'Recht op antwoord' waarin Van de Velde de censuur hekelt die uitging van de overheid naar aanleiding van zijn boek 'Galgenaas' (1966), het verhaal over zijn periode als geïnterneerde in verschillende Belgische gevangenissen. De schrijver kreeg toen namelijk een publicatieverbod opgelegd waarbij hem zelfs zijn schrijfmachine werd ontnomen. Dit gebeurde vermoedelijk naar aanleiding van de lovende (literaire) kritieken en de uitvoerige media-aandacht die Van de Velde voor 'Galgenaas' te beurt viel. Ook de abominabele en vaak onrechtvaardige Belgische procedure tot internering wordt in de klachtenbundel 'Recht op antwoord' op rake wijze uit de doeken gedaan. In het nawoord bij de dubbele uitgave 'De knetterende schedels & Recht op antwoord' (2001) staat te lezen dat "'Recht op antwoord' ook in de 21e eeuw een actiemiddel kan zijn om de hardnekkige wantoestanden bij internering aan de kaak te stellen."

Eind mei herneemt het theatercollectief 'Olympique Dramatique' de voorstelling 'Van de Velde. J'aimerais mieux de bouche vous le dire (sic)', onlangs voor het eerst op de planken gebracht. De door Erik Vlaminck geschreven theatertekst is gebaseerd op het kleine oeuvre van deze opmerkelijke, vergeten Antwerpse schrijver. "Anno 2012 blijft de (niet-)behandeling van geïnterneerde gevangenen in België nog steeds een welvaartsstaat onwaardig," zo weet ook 'Toneelhuis' op zijn website. Mensen die het ontluisterende dubbelboek 'Knetterende schedels & Recht op antwoord' zelf willen lezen, kunnen altijd in onze bibliotheek terecht. Ook de beklijvende documentaire 'Ik zeg altijd de waarheid, maar niemand gelooft mij!' van het Gentse sociaalartistieke collectief 'Victoria Deluxe' behandelt schrijnende interneringstoestanden die, sinds Van de Veldes openbaring, nog maar weinig veranderd lijken te zijn.

dinsdag 6 maart 2012

"Neuronen schijnen zelfs in staat tot introspectie. Dus als mensen zeggen dat er meer is, denk ik: maar wat dan?"


"Volgens Keizer bestaat er een misverstand over wat stoffelijk en geestelijk is. Om zijn woorden kracht bij te zetten, hield hij glunderend een aardappel omhoog. 'Aardappels zijn stoffelijk, maar de aardappelprijs is geestelijk en die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar de aardappelprijs is geen aardappel, hoewel die wel door aardappels wordt bepaald. Wie zegt dat geestelijke activiteit eigenlijk een kwestie is van neuronale impulsen, zegt dat sommige euro's eigenlijk aardappels zijn en dat is niet het geval. Swaab zegt dat hersenen de geest maken zoals nieren urine, maar het gaat niet om urine. Het gaat om huwelijken, kiespijn, romans, aardappelprijzen en discussieavonden zoals deze."
Wetenschapsjournalist Jorn Hövels doet in het februarinummer van 'De Psychiater' verslag van het debatsymposium 'Psychiatrie en filosofie' dat afgelopen 14 december plaatsvond in Amsterdam. Het tweede themadebat was er een over het lichaam-geestprobleem waarin Dick Swaab, emeritus hoogleraar neurobiologie aan de Amsterdamse universiteit, in duel ging met de wel bijzonder lucide filosoof-arts-columnist Bert Keizer. De eerste verdedigde de stelling dat psychiatrische stoornissen hersenziekten zijn, de tweede net het tegenovergestelde. Aanleiding van de de debatavond 'Psychiatrie en filosofie' was de publicatie van het gelijknamige boek dat sinds deze week ook in onze collectie is opgenomen.

vrijdag 17 februari 2012

"Ik wil laten zien dat er ook een ander soort pedofielen bestaat dan de kindermisbruikers die wij steeds op het journaal zien."

"Ik ben bereid te aanvaarden dat pedofielen er zelf niets aan kunnen doen dat ze pedofiel zijn. Dan kun je ze eigenlijk ook niet uitsluiten van de samenleving. En dat gebeurt nu wel." Aan het woord is Ted van Lieshout, met zes Zilveren en één Gouden Griffel een van de topspelers van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur. Onlangs schudde deze Nederlandse jeugdboekenschrijver zijn eerste roman voor volwassenen uit de pen. Het boek, gebaseerd op Lieshouts eigen jeugdervaringen, heet 'Mijn meneer' en vertelt over de relatie tussen een kind van elf en een 'ontzettend aardige meneer'. Die 'meneer' bleek een pedofiel en hun vriendschap bijgevolg van verregaande aard.
Bijzonder is dat Van Lieshout het ganse verhaal doet door de ogen van het elfjarige jongentje Tedje (zelfs de coverplaat is er een uit Van Lieshouts persoonlijke archief). In een interview met een Vlaams dagblad wordt dit vertelperspectief als volgt beargumenteerd: "Vanuit een onschuldig kind van elf verteld kán het geen ordinair boek worden. Dan kán het niet vulgair zijn. Er zitten geen denkbeelden in die niet horen bij een kind. Nergens wilde ik, zoals andere schrijvers doen, laten doorschemeren dat ik intelligenter ben dan de persoon die ik beschrijf. Dat ik al dertig jaar kinderboekenschrijver ben heeft me daarbij natuurlijk zeer geholpen. Ik kan mij verplaatsten in een kind en ik kan dat een heel boek volhouden."
Op de vraag of er in zijn geval sprake was van misbruik staat de schrijver er in datzelfde gesprek op dat het zijn vrijheid is om daarover te beslissen: "Seksuele gevoelens van kinderen moeten niet betrokken worden in deze discussie. Dan geef je kinderen tot op zekere hoogte mede de schuld. Volwassenen zijn altijd verantwoordelijk. Je kunt kinderen nooit verwijten dat ze seksuele wezens zijn. Ik was er niet aan toe dat andere mensen, de 'meneer' in dit geval, erachter zouden komen dat ik seksuele opwinding ervoer. Daar schaamde ik me heel erg voor."
Voor Ted van Lieshout is het van bijkomend belang of die 'meneer' zich in zijn boek zou herkennen. Daarbij voegt de gevierde schrijver de hoop dat voornamelijk ouders van misbruikte kinderen het boek zouden lezen: "En dat ze dan denken: het hoeft niet zo te zijn dat het leven van mijn kind mislukt of kapot is. Mijn kind kan toch gelukkig worden. Als de reactie uit de samenleving zo is als nu, zo hysterisch, dan wordt het trauma juist groter. Soms is er zelfs geen probleem tijdens de relatie, maar begint het trauma pas als het uitkomt, als andere mensen erachter komen."
Binnenkort kan je in onze bibliotheek terecht voor dit op het eerste gezicht toch wel heel ongewone boek over pedofilie. Ondertussen kunnen geïntersseerde lezers zich laven aan...


Tijger, tijger
Margaux Fragoso
2011, De Bezige Bij (Amsterdam), 413 p.

In dit boek beschrijft Margaux Fragoso haar vijftien jaar durende relatie met een pedofiele man. Margaux ontmoet Peter, een getrouwde man met twee zoontjes, bij een zwembad als ze zeven jaar oud is, hij is er eenenvijftig. Margaux zelf is kind van een labiele moeder en een alcoholische, agressieve vader. Ze hunkert naar genegenheid en al gauw brengt ze heel veel tijd met Peter door waardoor hij langzaam haar vertrouwen wint. Gebruikmakend van haar dagboeken, brieven en foto's en die van haar belager tracht Fragoso zowel het geraffineerde, manipulerende gedrag van de pedofiele Peter als dat van haarzelf te beschrijven.


De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
John Humblet
2007, Garant (Antwerpen/Apeldoorn), 135 p.

In dit boek wordt gezocht naar de etymologie van het begrip 'pedofilie'. De auteur toont het risico dat besloten ligt in de actuele, verengde, negatieve betekenis van het begrip 'pedofilie'. Tegelijk toont hij hoe bepaalde tegenbewegingen de risico's van pedofilie ontkennen. In de schaduw van schandelijke pedoseksuele misbruiken en de ongenuanceerde roep om liberalisering dreigt heel de lichamelijke en seksuele sfeer tussen ouders en kinderen in de taboesfeer te raken. Achtergronden en uitwegen voor dit dilemma worden in deze uitgave besproken.


Het profiel van de pedoseksueel: een sociologische benadering
Gert Vermeulen, Paul Ponsaers en An Verlinden
2003, Maklu (Antwerpen/Apeldoorn), 258 p.

Aan de hand van een analyse van 'Child Focus' en gerechtelijke dossiers in de vijf grootste gerechtelijke arrondissementen van het land, aangevuld met interviews en rondetafelgesprekken met bevoorrechte getuigen en literatuuronderzoek, schetsen de onderzoekers een zo adequaat mogelijk beeld van pedoseksuele misdrijfplegers in België.


Ook in onze tijdschriftencollectie valt er onder het trefwoord 'pedofilie' heel wat te rapen. Dit zijn onze vier meest recent ontsloten tijdschriftartikels:

Jules Mulder: pedofilie is geen keuze (C. van Tongeren)

PsychoPraktijk (2012) - Vol. 4, nr. 1, blz. 8-11

Mannen in het schemergebied (H. Kooijman)
Psy (2011) - Vol. 15, nr. 7, blz. 6-8

Mannen moeten voorzichtig zijn: over emoties en aanrakingen in voorzieningen voor jonge kinderen (J. Peeters)
Welwijs (2011)- Vol. 22, nr. 3, blz. 3-5

Na de schok: scholen om te schuilen. Hoe zoek is het vertrouwen? (s.n.)
Klasse (2010) - nr. 203, maart, blz. 10-11

donderdag 2 februari 2012

Angstvisioenen over een naderende superstorm...



Na 'Simple Simon', over een jongen met Asperger en de onvoorwaardelijke vriendschap met zijn broer; de onverzadigbare seksverslaafde Brandon Sullivan in 'Shame' en de bizarre driehoeksverhouding Freud-Jung-Spielrein in 'A Dangerous Method', loopt vanaf deze week de prent 'Take Shelter' in het roodpluchen van de Vlaamse bioscoopzalen. Opnieuw een film die een aantal geestelijke gezondheidsthema's opraapt. In dit reeds verschillende malen bekroonde verhaal speelt de Amerikaanse acteur Michael Shannon de rol van Curtis LaForche. Deze man is als de dood dat hem hetzelfde lot beschoren is als zijn schizofrene moeder die op jonge leeftijd in een psychiatrische instelling belandde. VRT-filmrecensent Ward Verrijcken was danig onder de indruk: "'Take Shelter' is een bevreemdende studie van hoe krachtig en tegelijk verraderlijk het menselijke brein kan zijn. Curtis beseft aanvankelijk goed genoeg dat hij gegijzeld wordt door z’n eigen psychoses, maar toch kan hij er niet tegen vechten. Hij vindt het ook heel moeilijk om hulp te vragen, en wanneer hij toch bij een goedmenende, maar inefficiënte therapeut terecht komt, haalt dat weinig uit. (Hier geven de filmmakers ook even kritiek op het slecht georganiseerde Amerikaanse gezondheidssysteem, zonder evenwel aan het preken te slaan.)(...) We worden verondersteld te aanvaarden wat Curtis voelt en vreest zonder dat daar een grootse catharsis op volgt die zijn mentale staat ‘oplost’. Wat vooral heel duidelijk wordt, is het isolement waarin patiënten met zulke psychoses terecht komen."
De vier meest recente boekuitgaven die in onze bibliotheek het trefwoord 'psychose' kregen opgeplakt en kunnen worden uitgeleend, heten...


Het blauwe kind
Henry Bauchau
2011, De Bezige Bij (Antwerpen), 383 p.

Henry Bauchau, romanschrijver, dramaturg en psychoanalyticus, vertelt het verhaal van Orion, een psychotische jongeman, die met zijn gewelduitbarstingen zijn omgeving de stuipen op het lijf jaagt maar dankzij zijn artistieke talent aan het eind van het boek toch nog goed terechtkomt. Gemodelleerd naar een van Bauchaus vroegere patiënten heeft Orions stoornis te maken met de hartoperaties die hij als kleuter onderging. Sinds die traumatische ervaringen krijgt de jongen het woord 'ik' niet meer over de lippen, spreekt hij voortdurend in de derde persoon en ziet hij constant paarden door de straten galopperen. Door zijn creativiteit te stimuleren haalt zijn therapeute, de jongeman uit zijn psychische ellende.


MKT+: Individualisiertes Metakognitives Therapieprogramm für Menschen mit Psychose
Steffen Moritz, Ruth Veckenstedt, Sarah Randjbar en Francesca Vitzthum
2011, Springer (New York/Dordrecht/Heidelberg/London), 177 p. + cd + therapiebladen

Het 'Individualisiertes Metakognitives Therapieprogramm' (MKT+) is een behandelmethode voor mensen met psychose waarin gedragstherapeutische technieken bij schizofreniebehandeling met nieuwe bevindingen uit de cognitieve gedragsherapie met elkaar worden gecombineerd. Bedoeling is om schizofrene patiënten te stimuleren hun denkfouten, die doorgaans ontstaan als gevolg van de dikwijls voorkomende waansymptomen, te erkennen om ze tenslotte uit te schakelen. Dit therapieboek bevat, naast 250 bijgeleverde therapiebladen, een cd waarop werkmateriaal staat verzameld die in het kader van het therapieprogramma MKT+ nuttig kan zijn. Verder zijn heel wat creatieve oefeningen, voorbeelden, evaluatie-instrumenten en een stand van zaken in het cognitief onderzoek naar schizofrenie opgenomen.


Hersenspinsels: waarom we dingen zien, horen en denken die er niet zijn
André Aleman
2011, Atlas (Amsterdam/Antwerpen), tweede druk, 222 p.

Volgens André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie in Groningen, bestaat er geen scherp onderscheid tussen gezond en gek. Hij spreekt over een continuüm waarbij ook gezonde mensen hallucinaties of wanen kunnen hebben. Wel is er een overgang van normaliteit via schizotypie naar schizofrenie. Aan de hand van beroemde en klassieke experimenten legt Aleman de werking van de hersenen op het gebied van onze waarneming uit. Zo meent hij dat er wellicht iets mis gaat in onze hersenen ter hoogte van de plek waar oude van nieuwe informatie wordt gescheiden en dat deze foutieve verwerking waarnemingen tot hallucinaties en denkstoornissen tot wanen doet leiden. De auteur doet ook een aanzet tot therapeutische interventies bij cognitieve stoornissen.


Psychosis and spirituality: consilidating the new paradigm
Isabel Clarke
2010, Wiley-Blackwell (Malden), second edition, 304 p.

De auteur brengt teksten samen die het verband verkennen tussen de beleving van psychose en spiritualiteit. Zowel de neuropsychologie van religieuze ervaringen als filosofische overwegingen bij de discontinuïteitshypothese zijn aspecten van dit verband die in deze uitgave worden behandeld. Verder is er aandacht voor onderzoeksresultaten en klinische implicaties zoals leren omgaan met stemmen.

dinsdag 31 januari 2012

"Het is niet omdat je kwetsbaar bent voor impulsiviteit of hopeloos denken dat je sneller suïcide zult uitvoeren."

Onlangs werd een vierde herwerkte editie van Demyttenaeres 'De last van het leven: zelfmoord in België en Nederland' op de boekenmarkt gegooid. In het voorwoord dat Karl Andriessen, suïcidoloog en coördinator van het suïcidepreventiebeleid van de Vlaamse Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG's), hiervoor schreef en dat het weekblad Knack een tijdje geleden uit zijn mond optekende, gaat het als volgt: "Als we in de hulpverlening inmiddels van één zaak overtuigd zijn, is dat als je vermoedt dat iemand levensmoe is, je dat beter gewoon vraagt. Je kunt iemand beter één keer te veel vragen of hij suïcidaal is dan één keer te weinig. Wanneer een hulpverlener een persoon letterlijk vraagt of hij denkt dat zijn problemen van de baan zouden zijn mocht hij dood zijn, is de opluchting aan de andere kant vaak groot. Want de weg richting suïcide is voor veel mensen bijzonder eenzaam."
Demyttenaeres herwerkte boek is ondertussen besteld en staat binnenkort bij ons tussen heel wat ander uitleenbaar recent materiaal over zelfmoord...


Robert Enke: een al te kort leven
Ronald Reng
2011, De Arbeiderspers (Amsterdam/Antwerpen), zesde druk, 419 p.

Op 10 november 2009 pleegde de Duitse topkeeper Robert Enke zelfmoord. De verzamelde sportwereld was in shock want wat bezielt een topsporter precies om er plots een einde aan te maken? Collega-keeper Ronald Reng ging aan het schrijven en verhaalt in deze biografie het traumatische debuut van Enke bij de eerste ploeg van FC Barcelona, het verlies van zijn eerste dochtertje Lara en Enkes zorgvuldig voor de buitenwereld verborgen gehouden gevecht met een zware depressie.


De visjes van Océane
Nathalie Slosse en Alexandra Pillaert
2011, Altiora (Averbode), 29 p.

Dit prentenboek, dat er kwam in samenwerking met Werkgroep Verder, nabestaanden na zelfdoding, richt zich op de vraag hoe jonge kinderen over zelfdoding praten. Op een dag springt de ongelukkige vis Schubbe uit het aquarium van Océanes opa. Hoe moet het nu verder met Drupje en de andere visjes? Océane praat over dit verdriet met haar opa. Op deze manier wil dit kleurrijke boek zelfdoding bespreekbaar maken bij kinderen.


Zelfmoord in Vlaanderen: feiten en getuigenissen over verdriet, schuld en schaamte
Bart Schols
2011, Borgerhoff & Lamberigts (Gent), eerste druk, 232 p.

VRT-journalist Bart Schols verzamelde cijfers, feiten en kritische bedenkingen rond zelfmoord in Vlaanderen. Hoe valt het fenomeen ‘zelfmoordstaat Vlaanderen’ te verklaren en wat kunnen we eraan doen? Tevens reikt hij nieuwe impulsen aan voor een overheidsbeleid, met ideeën voor een nieuw actieplan, en komen familieleden en vrienden tussen de verschillende hoofdstukken door getuigen over hoe het is om een dierbare te verliezen die ervoor heeft gekozen uit het leven te stappen.


Alleen, alleen: (zelf)moord
De Vleermuis
2009, Aegritudo (Zwolle), 176 p.

Dit is het verhaal van 'De Vleermuis', een Nederlandse jongen met een contactstoornis die, toen hij alleen ging wonen, in aanraking kwam met drugs, crimineel gedrag ging vertonen en uiteindelijk, via een lang zorgverleningstraject, in de psychiatrie belandde. Ook daar komt de jongen weer weg, stapt hij zelfs uit het criminele wereldje en besluit hij tenslotte om alleen verder te gaan. Tot zijn ouders het bericht van zijn zelfmoord ontvangen. Het zijn zij die, na uitdrukkelijke wens van 'De Vleermuis' zelf in zijn afscheidsbrief, dit in vijftien stukken opgedeelde dagboek in boekvorm hebben uitgegeven.

maandag 9 januari 2012

Psychoanalytica Sabina Spielrein: naast de biografische roman is er nu ook de film...


In de film 'A dangerous method', over Freuds controversiële behandelingsmethode en de daaruit voortvloeiende, complexe driehoeksverhouding arts-patiënt-leermeester met alle gevolgen vandien, neemt Hollywoodactrice Keira Knightley de rol van Sabina Spielrein voor haar rekening. De prent, die sinds afgelopen woensdag bij ons in de zalen loopt, ontlokte bij een filmrecensent van De Standaard alvast de volgende woorden: "Hoe revolutionair Freud was en wat zijn sterke kantjes waren, toont de Canadese regisseur David Cronenberg door hem te laten zien naast zijn eerste compagnons de route, Carl Jung en Otto Gross. Jung is een rijke Zwitserse arts met veel interesse voor de onorthodoxe ‘talking cure' van Freud; als hij in 1904 de hysterische Sabina Spielrein moet behandelen, slaagt hij erin haar te genezen met Freuds methode. En passant begint hij ook een relatie met haar die zijn mentor aanzienlijk minder kan goedkeuren, maar waaruit blijkt dat de bevrijde Spielrein Jung ook wel iets kon leren – de spanking-scène is een van de weinige waarin we de ‘oude' Cronenberg herkennen."

Mensen die niet kunnen wachten tot het bioscoopcomplex of, in navolging van de film, meer willen weten over de bijzondere vrouw die Sabina Spielrein was, kunnen alvast in onze bibliotheek terecht voor de biografische roman van de Noorse schrijver Karsten Alnaes. Gebaseerd op archiefmateriaal over Spielreins leven toont dit boek aan hoe, bij de ontwikkeling van hun psychoanalytische theorieën, zowel Freud als Jung van Sabina's revolutionaire ideeën profiteerden.


Sabina: een biografische roman / K. Alnaes. – Breda : De Geus, 1996. – 432 p.

vrijdag 6 januari 2012

Onlangs in de media en nu al bij ons in de rekken...

Psycholoog-filosoof Jan De Vos en auteur-gezinstherapeut Bart Vercauteren: twee auteurs die de jongste tijd moeilijk kunnen klagen over te weinig (nationale) media-aandacht voor hun recentste worp. De eerste waarschuwde onlangs in een boekenbijlage nogmaals voor de zogeheten homo psychologicus terwijl de literaire kritiek voor die laatste dan weer niet zo mals was.
Niet overtuigd? Kom dan gewoon eventjes tot in ons documentatiecentrum om beide boeken uit te lenen.

"Wanneer iemand bij een therapeut op consult komt kan die ook vragen waarom die man of vrouw denkt dat psychologie zou kunnen helpen, in plaats van meteen in hulpverleningstermen te beginnen redeneren. Wanneer we beseffen hoezeer we dagelijks in psychologische termen denken, realiseren we ons misschien ook dat het anders kan en dat dit niet de enige waarheid is. Je zou dus kunnen stellen dat ik voor een soort inzichtstherapie pleit, wat mijn betoog reduceert tot alweer een facet van diezelfde psychologisering natuurlijk. Het probleem is dat iedere kritiek op de psychologie heel snel weer ingekapseld wordt. Soms voel ik me een atheïst die in dialoog gaat met een gelovige, al zijn argumenten op tafel legt en volstrekt gelijk krijgt van die gelovige waarna deze heel serieus vraagt wat je van de onbevlekte ontvangenis denkt."

(De Morgen, 04/01/2012, journalist Marnix Verplancke in gesprek met Jan De Vos)


"Vercauteren gebruikt zijn ervaringen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg om een boom op te zetten over het uitzichtloze van die 'zorg'. Patiënten worden definitief afgeschreven op het moment dat ze binnenkomen. Vercauterens hoofdpersoon, de verzorger Martin De Bruyne, kan daar moeilijk mee leven; het komt tot een kortsluiting tijdens een werkreisje naar Italië, waar hij een patiënte moet gaan ophalen. Het leidt tot een omkering van de verhouding verzorger-patiënt, gezonde-zieke.(...) Vercauteren verliest zich in gepsychologiseer en in flashbacks over de rotjeugd van hun personages. De volwassene is onveranderlijk het hulpeloze eindproduct van zijn of haar jeugd: een mensbeeld dat zelfs voor een assisenjury niet meer werkt. Concreet: een godsdienstwaanzinnige incestpleger, alsook een marginale moeder die kleine Martin in onderlijfje naar de sportles stuurt.Trauma’s groot en klein, nooit zomaar eentje, want zoals bij de slager mag het altijd gerust ietsje meer zijn."

(De Standaard, 02/12/2011, recensent Mark Cloostermans bespreekt de roman Een ziel van glas)