dinsdag 19 juni 2012

Over onze jeugd, mindfulness en psychische problemen...

In 'De Standaard' stond afgelopen weekend te lezen dat uit pas afgerond KUL-onderzoek naar het effect van mindfulness op jongeren zou blijken dat mindfulnesstrainingen hen beschermen tegen psychische problemen. Niet alleen preventief, er zou ook een genezend effect zijn bij depressieve of andere symptomen. "Het helpt ook om bestaande psychische problemen te reduceren," vertelt psycholoog Filip Raes over de resultaten van zijn onderzoek dat hij de voorbije drie jaar uitvoerde bij 400 Vlaamse leerlingen uit het middelbaar onderwijs. Over een van de mechanismen die zeker bijdragen tot het succes van het mindfulnessverhaal verklaart Raes verderop in het krantenbericht: "Op een bedrukte stemming reageren sommigen van ons meer dan anderen automatisch met negatieve gedachten. Als je daar geen aandacht voor hebt, loop je het risico dat de trein weer vertrokken is. Als je die negatieve gedachten leert observeren, kun je er leren afstand van nemen." In het licht van de nieuwe cijfers van de Vlaamse Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, waaruit blijkt dat van de 50.000 patiënten die vorig jaar aanklopten bijna een vierde jonger was dan 17, oppert Filip Raes: "Er wordt in onze scholen hoog ingezet op lichamelijke opvoeding. Terecht. Maar misschien is het een goed idee als we in de toekomst evenveel aandacht zouden besteden aan de mentale hygiëne van onze jongeren. Mindfulness zou daar een rol bij kunnen spelen."
In onze collectie zit heel wat mindfulnessmateriaal dat kan worden ingezet bij therapie met kinderen. Een greep uit ons meest recente aanbod...



Help je kind met mindfulness angst te overwinnen: opvoeden met aandacht en acceptatie
Christopher McCurry
2010, Bohn Stafleu van Loghum (Houten), 237 p.
Met de aangereikte oefeningen en technieken uit dit boek kunnen ouders hun kinderen helpen zich minder door angst te laten leiden. In plaats van naar het vermijden van angst gaat de aandacht juist uit naar situaties die het kind bang maken. Zo kan de koter in kwestie de eigen reacties beter leren begrijpen en beheersen.



Mindfulness voor je kind: hoe je kinderen kunt helpen met stress om te gaan en gelukkiger, aardiger en socialer te zijn
Susan Kaiser Greenland
2010, Ten Have (Kampen), 238 p.
Dit boek leert hoe mindfulness kinderen beter in balans krijgt als het even tegenzit. De essentie van mindfulness, dat veel volwassenen helpt om te gaan met stress en andere ongemakken, wordt door de Amerikaanse mindfulnesscoach Susan Kaiser Greenland aan de hand van spelletjes, anekdotes en leuke oefeningen toegankelijk gemaakt voor kinderen van alle leeftijden.



Mindfulness voor je kids
David Dewulf, Berti Persoons en Veronique Benoit
2009, Lannoo (Tielt), 255 p.
Met aangepaste speelse oefeningen en een leuk verhaal introduceert dit boekje kinderen in de wereld van mindfulness. Het hoofdpersonage Pieter, een achtjarige jongen, komt tijdens zijn tegenvallers op school in contact met Pol de Trol, een mythische figuur die de jongen inwijdt in de geheimen van mindfulness. Maar al snel ontmoet Pieter Grommy, symbool voor de innerlijke criticus, die hem voortdurend doet twijfelen. Gelukkig is er Hartenlief die erin slaagt om Pieter op een liefdevolle wijze te ondersteunen.



Mindfulness voor kinderen: gids voor onderwijs, hulpverlening en ouders
Pim Catry en Jan Decuypere
2008, Acco (Leuven/Voorburg), 222 p.
Weg van vele klachten zoals depressies, stress, eetstoornissen en psychosomatische stoornissen verenigt mindfulness lichaam en geest en creëert het een helend groeiproces waarin kinderen hun eigen kwaliteiten kunnen ontwikkelen. Dit praktijkboek bevat een programma voor de begeleider, bestaande uit verschillende meditatie-oefeningen en voedende verhalen, een werkboek voor kinderen en een dvd met oefeningen.

vrijdag 1 juni 2012

Boeken over wat nieuwe technologieën met onze geest uitrichten...


In een onlangs gegeven interview met de krant De Standaard over de invloed van nieuwe digitale technologieën op ons gedrag en de gevolgen hiervan voor onze psychische gezondheid stelt de Amerikaanse psycholoog Larry Rosen onomwonden: "Het is abnormaal gedrag. Als je vroeger iemand luid tegen zichzelf pratend en heftig gesticulerend door een winkelstraat zag lopen, dan stak je de straat over om de persoon te mijden, want daar was duidelijk iets niet pluis mee. Nu doet iedereen het. Het enige verschil is dat ze met één hand een telefoon aan hun oor houden."
Diezelfde Rosen heeft het in zijn onlangs uitgegeven boek 'iDisorder: understanding our obsession with technology and overcoming its hold on us' onder meer over Facebook-depressies ("Alle anderen hebben een interessanter leven dan ik"), het compulsieve gedrag dat we vertonen als we met moderne communicatiemiddelen in de weer zijn, de invloed van de stortvloed aan impulsen op ons brein ("Wie studeert, intussen sms't en op Facebook zit, verliest tijd en concentratie, het is niet anders") en communicatiestoornissen als gevolg van de verdringing van 'lijfelijke' gesprekken door onlinecommunicatie ("Ik maak me sterk dat de verruwing van onze maatschappij daarvan deels het gevolg is. Mensen hebben geen geduld meer, gaan voor het minste met elkaar in de clinch"). Kortom, in Larry Rosens 'iDisorder' wakkert onze huidige techno-overdrive, die volgens de professor niét gek maakt, latent aanwezige psychische stoornissen aan. Een waarschuwing die kan tellen!
In ons taalgebied en in hetzelfde onderzoeksgebied verscheen onlangs 'De virtuele spiegel: waarom Facebook ons ongelukkig maakt' van de jonge Nederlandse socioloog Koen Damhuis. In afwachting van beide boeken kan je in ons documentatiecentrum alvast terecht voor...    



Virtually you: the dangerous powers of the e-personality
Elias Aboujaoude
2011, Norton (New York/London), 349 p. 

Elias Aboujaoude, die als psychiater patiënten behandelt wier levens door het internet grondig zijn veranderd, waarschuwt voor het gevaar waarop het internet ons in staat stelt om, met een 'e-persoonlijkheid', ons beter voor te doen dan we zijn. Ook onze e-mailtaal past zich aan deze nieuwe persoonlijkheid aan. Onze e-persoonlijkheidskenmerken sijpelen offline door en maken ons ongeduldig, ongeconcentreerd en opgejaagd. Op die manier wordt ons werkelijk leven geconfigureerd aan dat van het beeld dat we in chatrooms achterlaten.



Internet addiction: a handbook and guide to evaluation and treatment
Kimberly S. Young en Cristiano Nabuco de Abreu
2011, John Wiley & Sons (Hoboken), 289 p.

Dit op empirisch materiaal gebaseerde handboek definieert, beoordeelt, diagnosticeert en behandelt problematisch internetgebruik. Het bevat gevalideerde evaluatie-instrumenten die het onderscheid maken tussen dwangmatig en normaal online computergebruik en schenkt aandacht aan de meest verslavende online activiteiten. Verder komen verschillende subtypes van internetverslaving aan bod: van online pornografie en internetgokken tot gaming op het web. Daarenboven is er plaats voor verschillende evidence-based behandelingsstrategieën om cliënten van diverse leeftijden, rekening houdend met hun specifieke problematiek, tegemoet te treden.

vrijdag 18 mei 2012

Opvoeden is... voor iedereen anders!

Van 16 tot 23 mei vindt de jaarlijkse 'Week van de Opvoeding' plaats. Daarom worden in Vlaanderen en Brussel tal van activiteiten voor ouders en kinderen georganiseerd. Dat dé manier om kinderen op te voeden niet bestaat, is dit jaar de teneur. Wat werkt voor het ene kind, lukt daarom niet bij een ander. Steeds moeten ouders en opvoeders zoeken naar wat best past bij de kinderen en bij henzelf.
Ook een deel van de collectie van ons documentatiecentrum is gewijd aan opvoeden. Alleen al in onze catalogus levert het trefwoord 'opvoeding' ruim 400 tijdschriftartikel- en boektitels op. Een greep uit onze meest recente Nederlandstalige boekuitgaven...



Het verwende kind-syndroom: jongens en meisjes verwaarloosd door verwenning
Willem de Jong
2011, Pica (Huizen), 158 p.

Problematisch verwende kinderen krijgen materiële zaken of doen ervaringen op die niet bij hun leeftijd, hun interesses of hun talenten passen. Hierdoor komt de gezonde ontwikkeling van het kind in kwestie in het gedrang waardoor we kunnen spreken over een vorm van verwaarlozing. Een lage frustratietolerantie, sociaal isolement, schoolverzuim en oppositioneel gedrag zijn het gevolg. Redenen voor en vormen van problematische verwenning, alsook behandelingswijzen, worden in dit boek uitgediept.



Opvoeding in evolutie: vroegere gewoontes, actuele uitdagingen, talloze tips. Inclusief een ontwikkelingsoverzicht van kinderen
Joost Devolder
2011, Garant (Antwerpen/Apeldoorn), 219 p.

Dit boek is een brok Vlaamse opvoedingsgeschiedenis. Aan de hand van het reilen en zeilen in een Vlaamse plattelandsfamilie wordt geïllustreerd hoe we in een samenleving, waar persoonlijke vrijheid en zelfrealisatie een belangrijke rol spelen, onze kinderen kunnen begeleiden in hun groei naar zelfvertrouwen, zelfstandigheid en sociale bewogenheid. Deze uitgave bevat verder een ruim overzicht van de verschillende ontwikkelingsfasen die kinderen doormaken.



Ouders opgelet! Baanbrekende inzichten over opvoeden
Po Bronson, Ashley Merryman, Asha ten Broeke en Marianne Hoogenboom
2011, Maven Publishing (Amsterdam), 350 p.

In dit boek wordt stilgestaan bij tal van nieuwe inzichten over de psychologie van het opvoeden. Hoe dien je het best om te gaan met opstandige pubers en wat met een kind dat zichzelf moeilijk in bedwang kan houden? Is er een verband tussen slaapgebrek, overgewicht en prestaties op school en wat doe je als je kroost voortdurend loopt te bekvechten? Gebaseerd op nieuwe resultaten uit wetenschappelijk onderzoek en geschreven in vraag-antwoordvorm biedt deze uitgave inzichten in tal van opvoedingsvraagstukken.  



Nieuwe autoriteit: samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving
Haim Omer
2011, Hogrefe (Amsterdam), 272 p. 

Haim Omer, hoogleraar psychologie in Tel Aviv, maakt met zijn internationaal bekend werk over 'geweldloos verzet' de stap naar een algehele opvoedingsstijl, toepasbaar in de thuissituatie, op school en in de samenleving. Hij combineert structurele gezinstherapie met hechtingstheorie en maakt van het begrip 'waakzame zorg' een belangrijk element. Voorbeelden, tips en een uiteenzetting van het model zelf dienen een kader te scheppen om de greep over opstandige jongeren terug over te nemen.



Kind-, opvoedings- en gezinsdiagnostiek in FACE-perspectief
Smadar Celestin-Westreich en Leon-Patrice Celestin
2010, Acco (Leuven/Den Haag), 480 p.

Een jongere en diens gezin zijn inherent verbonden, maar hoe kan deze vaststelling coherent verrekend worden in het kinddiagnostische handelen? Vanuit een dynamisch biopsychosociaal ontwikkelingsmodel worden handvatten aangereikt om deze kennis systematisch te vertalen naar een handelingsgerichte diagnostiek met aandacht voor zowel het kindperspectief als dat van de gezinsleden. Deze evidence-based werkwijze wordt geïllustreerd met gevalsbeschrijvingen.

donderdag 15 maart 2012

Van de Veldes knetterende schedels: koele geschiedenis van een geïnterneerde...


"Op een namiddag, toen ik hem een boek terugbracht, confronteerde Gerard Brasseur mij met een zonderlinge, ondefinieerbare angst. Hij zat onbeweeglijk in zijn leunstoel en had zijn hoofd met de schreeuwendste kleuren beschilderd, als van een Kongolese krijger. De verf lag in dikke, vette strepen over zijn huid en droop in zijn mond en oren.
Ik vroeg of ik iets voor hem kon doen en hij stak grijnzend zijn tong uit, beschilderd met het hatelijkste geel dat ik ooit heb gezien.
Toen ik de volgende dag merkte dat het geweldige hangslot verdwenen was, wist ik dat Gerard Brasseur was overgebracht naar de bijzondere afdeling waar, zo beweerde de brochure van het asiel, 'ernstig zieke patiënten met toewijding verzorgd werden door een deskundig personeel'."

(uit: R. van de Velde, 'De knetterende schedels. Waarin opgenomen: De knetterende schedels & Recht op antwoord'. 2001, Nijgh & Van Ditmar (Amsterdam/Antwerpen), p. 75)


In de jaren '50 raakte Roger van de Velde (1925-1970), schrijver, journalist en leerling/vriend van Willem Elsschot, als maagpatiënt verslaafd aan pijnstillers. Palfium R-875: aanvankelijk doeltreffender dan morfine en zonder schadelijke nevenwerking. Van de Velde kon niet meer zonder zijn dagelijkse dosis Palfium. Ook toen dit fameuze pijnstillende medicijn, wegens erg verslavend, op de lijst van de verboden middelen werd gezet. Zestig pillen in plaats van de gebruikelijke vier. Geen dokter wou toen nog de verantoordelijkheid dragen voor de zwaar verslaafde Boomse reporter. Ook met drank dacht Van de Velde de pijn en angst, als gevolg van verschillende maagoperaties, te kunnen stelpen. Tijdens een alcoholcontrole in september 1961, toen de totaal benevelde schrijver aan de linkerkant van de weg reed, vond de politie vervalste doktersvoorschriften in zijn auto. Van de Velde werd gearresteerd en diende, omdat zijn advocaat de journalist een gevangenisstraf wou doen ontlopen door hem op het ogenblik van de feiten ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren, een psychologisch onderzoek te ondergaan. Een totale afwezigheid van spontane, emotionele reflexen, zware karakterstoornissen en schizoïde introvertie declareerde deze doorlichting. Op basis van deze vaststelling werd Roger van de Velde op 20 februari 1962 geïnterneerd. Omdat hij tegen zichzelf in bescherming diende genomen te worden. Zijn verslaving aan pijnstillers werd nooit aangepakt - geïnterneerden hadden en hebben nog steeds geen recht op medische of therapeutische behandeling - en telkens de man voorwaardelijk vrijkwam, ging het onmiddellijk weer richting gevangenis of psychiatrisch centrum. Zes van zijn laatste acht levensjaren bracht Van de Velde in eenzame opsluiting door. Van Anwerpen tot Boechout en van Merksplas tot Mortsel.

In 1969, een dik jaar voor zijn tragische dood in een Antwerps café, verscheen het boek 'Knetterende schedels'. In deze getuigenis in twintig korte hoofdstukjes doet Van de Velde op afstandelijke, realistische wijze verslag vanuit enorme slaap- en leefruimtes - die iedere vorm van privacy dienden te ontnemen - en heterogeen samengestelde psychiatrische patiëntengroepen. Met in de lucht: de voortdurende dreiging van agressie, medicatie en repressie.
Kort daarop kwam het opmerkelijke pamflet 'Recht op antwoord' waarin Van de Velde de censuur hekelt die uitging van de overheid naar aanleiding van zijn boek 'Galgenaas' (1966), het verhaal over zijn periode als geïnterneerde in verschillende Belgische gevangenissen. De schrijver kreeg toen namelijk een publicatieverbod opgelegd waarbij hem zelfs zijn schrijfmachine werd ontnomen. Dit gebeurde vermoedelijk naar aanleiding van de lovende (literaire) kritieken en de uitvoerige media-aandacht die Van de Velde voor 'Galgenaas' te beurt viel. Ook de abominabele en vaak onrechtvaardige Belgische procedure tot internering wordt in de klachtenbundel 'Recht op antwoord' op rake wijze uit de doeken gedaan. In het nawoord bij de dubbele uitgave 'De knetterende schedels & Recht op antwoord' (2001) staat te lezen dat "'Recht op antwoord' ook in de 21e eeuw een actiemiddel kan zijn om de hardnekkige wantoestanden bij internering aan de kaak te stellen."

Eind mei herneemt het theatercollectief 'Olympique Dramatique' de voorstelling 'Van de Velde. J'aimerais mieux de bouche vous le dire (sic)', onlangs voor het eerst op de planken gebracht. De door Erik Vlaminck geschreven theatertekst is gebaseerd op het kleine oeuvre van deze opmerkelijke, vergeten Antwerpse schrijver. "Anno 2012 blijft de (niet-)behandeling van geïnterneerde gevangenen in België nog steeds een welvaartsstaat onwaardig," zo weet ook 'Toneelhuis' op zijn website. Mensen die het ontluisterende dubbelboek 'Knetterende schedels & Recht op antwoord' zelf willen lezen, kunnen altijd in onze bibliotheek terecht. Ook de beklijvende documentaire 'Ik zeg altijd de waarheid, maar niemand gelooft mij!' van het Gentse sociaalartistieke collectief 'Victoria Deluxe' behandelt schrijnende interneringstoestanden die, sinds Van de Veldes openbaring, nog maar weinig veranderd lijken te zijn.

dinsdag 6 maart 2012

"Neuronen schijnen zelfs in staat tot introspectie. Dus als mensen zeggen dat er meer is, denk ik: maar wat dan?"


"Volgens Keizer bestaat er een misverstand over wat stoffelijk en geestelijk is. Om zijn woorden kracht bij te zetten, hield hij glunderend een aardappel omhoog. 'Aardappels zijn stoffelijk, maar de aardappelprijs is geestelijk en die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar de aardappelprijs is geen aardappel, hoewel die wel door aardappels wordt bepaald. Wie zegt dat geestelijke activiteit eigenlijk een kwestie is van neuronale impulsen, zegt dat sommige euro's eigenlijk aardappels zijn en dat is niet het geval. Swaab zegt dat hersenen de geest maken zoals nieren urine, maar het gaat niet om urine. Het gaat om huwelijken, kiespijn, romans, aardappelprijzen en discussieavonden zoals deze."
Wetenschapsjournalist Jorn Hövels doet in het februarinummer van 'De Psychiater' verslag van het debatsymposium 'Psychiatrie en filosofie' dat afgelopen 14 december plaatsvond in Amsterdam. Het tweede themadebat was er een over het lichaam-geestprobleem waarin Dick Swaab, emeritus hoogleraar neurobiologie aan de Amsterdamse universiteit, in duel ging met de wel bijzonder lucide filosoof-arts-columnist Bert Keizer. De eerste verdedigde de stelling dat psychiatrische stoornissen hersenziekten zijn, de tweede net het tegenovergestelde. Aanleiding van de de debatavond 'Psychiatrie en filosofie' was de publicatie van het gelijknamige boek dat sinds deze week ook in onze collectie is opgenomen.

vrijdag 17 februari 2012

"Ik wil laten zien dat er ook een ander soort pedofielen bestaat dan de kindermisbruikers die wij steeds op het journaal zien."

"Ik ben bereid te aanvaarden dat pedofielen er zelf niets aan kunnen doen dat ze pedofiel zijn. Dan kun je ze eigenlijk ook niet uitsluiten van de samenleving. En dat gebeurt nu wel." Aan het woord is Ted van Lieshout, met zes Zilveren en één Gouden Griffel een van de topspelers van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur. Onlangs schudde deze Nederlandse jeugdboekenschrijver zijn eerste roman voor volwassenen uit de pen. Het boek, gebaseerd op Lieshouts eigen jeugdervaringen, heet 'Mijn meneer' en vertelt over de relatie tussen een kind van elf en een 'ontzettend aardige meneer'. Die 'meneer' bleek een pedofiel en hun vriendschap bijgevolg van verregaande aard.
Bijzonder is dat Van Lieshout het ganse verhaal doet door de ogen van het elfjarige jongentje Tedje (zelfs de coverplaat is er een uit Van Lieshouts persoonlijke archief). In een interview met een Vlaams dagblad wordt dit vertelperspectief als volgt beargumenteerd: "Vanuit een onschuldig kind van elf verteld kán het geen ordinair boek worden. Dan kán het niet vulgair zijn. Er zitten geen denkbeelden in die niet horen bij een kind. Nergens wilde ik, zoals andere schrijvers doen, laten doorschemeren dat ik intelligenter ben dan de persoon die ik beschrijf. Dat ik al dertig jaar kinderboekenschrijver ben heeft me daarbij natuurlijk zeer geholpen. Ik kan mij verplaatsten in een kind en ik kan dat een heel boek volhouden."
Op de vraag of er in zijn geval sprake was van misbruik staat de schrijver er in datzelfde gesprek op dat het zijn vrijheid is om daarover te beslissen: "Seksuele gevoelens van kinderen moeten niet betrokken worden in deze discussie. Dan geef je kinderen tot op zekere hoogte mede de schuld. Volwassenen zijn altijd verantwoordelijk. Je kunt kinderen nooit verwijten dat ze seksuele wezens zijn. Ik was er niet aan toe dat andere mensen, de 'meneer' in dit geval, erachter zouden komen dat ik seksuele opwinding ervoer. Daar schaamde ik me heel erg voor."
Voor Ted van Lieshout is het van bijkomend belang of die 'meneer' zich in zijn boek zou herkennen. Daarbij voegt de gevierde schrijver de hoop dat voornamelijk ouders van misbruikte kinderen het boek zouden lezen: "En dat ze dan denken: het hoeft niet zo te zijn dat het leven van mijn kind mislukt of kapot is. Mijn kind kan toch gelukkig worden. Als de reactie uit de samenleving zo is als nu, zo hysterisch, dan wordt het trauma juist groter. Soms is er zelfs geen probleem tijdens de relatie, maar begint het trauma pas als het uitkomt, als andere mensen erachter komen."
Binnenkort kan je in onze bibliotheek terecht voor dit op het eerste gezicht toch wel heel ongewone boek over pedofilie. Ondertussen kunnen geïntersseerde lezers zich laven aan...


Tijger, tijger
Margaux Fragoso
2011, De Bezige Bij (Amsterdam), 413 p.

In dit boek beschrijft Margaux Fragoso haar vijftien jaar durende relatie met een pedofiele man. Margaux ontmoet Peter, een getrouwde man met twee zoontjes, bij een zwembad als ze zeven jaar oud is, hij is er eenenvijftig. Margaux zelf is kind van een labiele moeder en een alcoholische, agressieve vader. Ze hunkert naar genegenheid en al gauw brengt ze heel veel tijd met Peter door waardoor hij langzaam haar vertrouwen wint. Gebruikmakend van haar dagboeken, brieven en foto's en die van haar belager tracht Fragoso zowel het geraffineerde, manipulerende gedrag van de pedofiele Peter als dat van haarzelf te beschrijven.


De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
John Humblet
2007, Garant (Antwerpen/Apeldoorn), 135 p.

In dit boek wordt gezocht naar de etymologie van het begrip 'pedofilie'. De auteur toont het risico dat besloten ligt in de actuele, verengde, negatieve betekenis van het begrip 'pedofilie'. Tegelijk toont hij hoe bepaalde tegenbewegingen de risico's van pedofilie ontkennen. In de schaduw van schandelijke pedoseksuele misbruiken en de ongenuanceerde roep om liberalisering dreigt heel de lichamelijke en seksuele sfeer tussen ouders en kinderen in de taboesfeer te raken. Achtergronden en uitwegen voor dit dilemma worden in deze uitgave besproken.


Het profiel van de pedoseksueel: een sociologische benadering
Gert Vermeulen, Paul Ponsaers en An Verlinden
2003, Maklu (Antwerpen/Apeldoorn), 258 p.

Aan de hand van een analyse van 'Child Focus' en gerechtelijke dossiers in de vijf grootste gerechtelijke arrondissementen van het land, aangevuld met interviews en rondetafelgesprekken met bevoorrechte getuigen en literatuuronderzoek, schetsen de onderzoekers een zo adequaat mogelijk beeld van pedoseksuele misdrijfplegers in België.


Ook in onze tijdschriftencollectie valt er onder het trefwoord 'pedofilie' heel wat te rapen. Dit zijn onze vier meest recent ontsloten tijdschriftartikels:

Jules Mulder: pedofilie is geen keuze (C. van Tongeren)

PsychoPraktijk (2012) - Vol. 4, nr. 1, blz. 8-11

Mannen in het schemergebied (H. Kooijman)
Psy (2011) - Vol. 15, nr. 7, blz. 6-8

Mannen moeten voorzichtig zijn: over emoties en aanrakingen in voorzieningen voor jonge kinderen (J. Peeters)
Welwijs (2011)- Vol. 22, nr. 3, blz. 3-5

Na de schok: scholen om te schuilen. Hoe zoek is het vertrouwen? (s.n.)
Klasse (2010) - nr. 203, maart, blz. 10-11

donderdag 2 februari 2012

Angstvisioenen over een naderende superstorm...



Na 'Simple Simon', over een jongen met Asperger en de onvoorwaardelijke vriendschap met zijn broer; de onverzadigbare seksverslaafde Brandon Sullivan in 'Shame' en de bizarre driehoeksverhouding Freud-Jung-Spielrein in 'A Dangerous Method', loopt vanaf deze week de prent 'Take Shelter' in het roodpluchen van de Vlaamse bioscoopzalen. Opnieuw een film die een aantal geestelijke gezondheidsthema's opraapt. In dit reeds verschillende malen bekroonde verhaal speelt de Amerikaanse acteur Michael Shannon de rol van Curtis LaForche. Deze man is als de dood dat hem hetzelfde lot beschoren is als zijn schizofrene moeder die op jonge leeftijd in een psychiatrische instelling belandde. VRT-filmrecensent Ward Verrijcken was danig onder de indruk: "'Take Shelter' is een bevreemdende studie van hoe krachtig en tegelijk verraderlijk het menselijke brein kan zijn. Curtis beseft aanvankelijk goed genoeg dat hij gegijzeld wordt door z’n eigen psychoses, maar toch kan hij er niet tegen vechten. Hij vindt het ook heel moeilijk om hulp te vragen, en wanneer hij toch bij een goedmenende, maar inefficiënte therapeut terecht komt, haalt dat weinig uit. (Hier geven de filmmakers ook even kritiek op het slecht georganiseerde Amerikaanse gezondheidssysteem, zonder evenwel aan het preken te slaan.)(...) We worden verondersteld te aanvaarden wat Curtis voelt en vreest zonder dat daar een grootse catharsis op volgt die zijn mentale staat ‘oplost’. Wat vooral heel duidelijk wordt, is het isolement waarin patiënten met zulke psychoses terecht komen."
De vier meest recente boekuitgaven die in onze bibliotheek het trefwoord 'psychose' kregen opgeplakt en kunnen worden uitgeleend, heten...


Het blauwe kind
Henry Bauchau
2011, De Bezige Bij (Antwerpen), 383 p.

Henry Bauchau, romanschrijver, dramaturg en psychoanalyticus, vertelt het verhaal van Orion, een psychotische jongeman, die met zijn gewelduitbarstingen zijn omgeving de stuipen op het lijf jaagt maar dankzij zijn artistieke talent aan het eind van het boek toch nog goed terechtkomt. Gemodelleerd naar een van Bauchaus vroegere patiënten heeft Orions stoornis te maken met de hartoperaties die hij als kleuter onderging. Sinds die traumatische ervaringen krijgt de jongen het woord 'ik' niet meer over de lippen, spreekt hij voortdurend in de derde persoon en ziet hij constant paarden door de straten galopperen. Door zijn creativiteit te stimuleren haalt zijn therapeute, de jongeman uit zijn psychische ellende.


MKT+: Individualisiertes Metakognitives Therapieprogramm für Menschen mit Psychose
Steffen Moritz, Ruth Veckenstedt, Sarah Randjbar en Francesca Vitzthum
2011, Springer (New York/Dordrecht/Heidelberg/London), 177 p. + cd + therapiebladen

Het 'Individualisiertes Metakognitives Therapieprogramm' (MKT+) is een behandelmethode voor mensen met psychose waarin gedragstherapeutische technieken bij schizofreniebehandeling met nieuwe bevindingen uit de cognitieve gedragsherapie met elkaar worden gecombineerd. Bedoeling is om schizofrene patiënten te stimuleren hun denkfouten, die doorgaans ontstaan als gevolg van de dikwijls voorkomende waansymptomen, te erkennen om ze tenslotte uit te schakelen. Dit therapieboek bevat, naast 250 bijgeleverde therapiebladen, een cd waarop werkmateriaal staat verzameld die in het kader van het therapieprogramma MKT+ nuttig kan zijn. Verder zijn heel wat creatieve oefeningen, voorbeelden, evaluatie-instrumenten en een stand van zaken in het cognitief onderzoek naar schizofrenie opgenomen.


Hersenspinsels: waarom we dingen zien, horen en denken die er niet zijn
André Aleman
2011, Atlas (Amsterdam/Antwerpen), tweede druk, 222 p.

Volgens André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie in Groningen, bestaat er geen scherp onderscheid tussen gezond en gek. Hij spreekt over een continuüm waarbij ook gezonde mensen hallucinaties of wanen kunnen hebben. Wel is er een overgang van normaliteit via schizotypie naar schizofrenie. Aan de hand van beroemde en klassieke experimenten legt Aleman de werking van de hersenen op het gebied van onze waarneming uit. Zo meent hij dat er wellicht iets mis gaat in onze hersenen ter hoogte van de plek waar oude van nieuwe informatie wordt gescheiden en dat deze foutieve verwerking waarnemingen tot hallucinaties en denkstoornissen tot wanen doet leiden. De auteur doet ook een aanzet tot therapeutische interventies bij cognitieve stoornissen.


Psychosis and spirituality: consilidating the new paradigm
Isabel Clarke
2010, Wiley-Blackwell (Malden), second edition, 304 p.

De auteur brengt teksten samen die het verband verkennen tussen de beleving van psychose en spiritualiteit. Zowel de neuropsychologie van religieuze ervaringen als filosofische overwegingen bij de discontinuïteitshypothese zijn aspecten van dit verband die in deze uitgave worden behandeld. Verder is er aandacht voor onderzoeksresultaten en klinische implicaties zoals leren omgaan met stemmen.