dinsdag 29 maart 2011

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe over de liefde die niet zwart-wit is.

De weekendkrant van De Standaard (26/03/2011) heeft het over de liefde en de lust en dat die zich niet in lessen laten dwingen. Er eeuwig mee worstelen is bijgevolg ons lot, volgens diezelfde krant. Aanleiding van deze woorden is een herziening van Paul Verhaeghes bestseller uit 1998: 'Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen'. Maar ook aan de worsteling liefde-lust zitten positieve kanten. Ongekende mogelijkheden tot creativiteit, bijvoorbeeld. Want wat we van de liefde verwachten, vullen we gewoon zelf in. En een kans om uit het hokjesdenken te stappen, dat zo vaak de discussies over liefde domineert. "Haast alle boeken over de liefde bieden antwoorden", aldus Paul Verhaeghe. "Vrouwen zijn van Mars en mannen van Venus - of is het omgekeerd, weet ik veel. Ik geloof niet in zo'n tunnelvisie. Mensen die op consultatie komen, zien vaak maar twee oplossingen voor hun probleem: ofwel doen ze met hun partner voort, ofwel met een ander. Waarop ik altijd zeg: als je maar twee alternatieven hebt, ben je verkeerd bezig. Wat is de context, wat is je geschiedenis? Ik probeer mensen uit hun tunnel te halen. Te tonen dat de liefde niet zwart-wit is. Daar is blijkbaar nood aan."


In ons documentatiecentrum kan je binnenkort ook terecht voor de herziening van Verhaeghes bestseller. Tot dan vind je bij ons tal van bijdragen en publicaties van de hand van deze bekende Freud- en Lacankenner. Een greep uit het aanbod...    

Evidentie en existentie. Evidence-based behandelen en verder...
Abma, R. (e.a.)
156 p.
2010
Wie hulp verleent dient zich te baseren op behandelingen waarvan de werkzaamheid wetenschappelijk bewezen is. Intuïties en klinische oordelen zijn niet langer aanvaardbaar. Het is beter om stapsgewijs een op onderzoek gebaseerd protocol af te werken, aldus de wetenschap, het beleid en de verzekeraars. Hulpverleners zelf waarschuwen echter tegen de risico's van deze evidence-based benadering: de wetenschap kan in dit geval de werkelijkheid geweld aandoen, met zelfs averechtse resultaten. Over deze controverse buigt zich een keur van auteurs op zoek naar een antwoord op de vraag hoe een therapeut uiteindelijk het beste te werk kan gaan?

Geestdrift voor het brein als belichaming van een foute verdeeldheid
Tijdschrift voor Psychotherapie
Vol. 35, nr. 1, blz. 35-50
2009
In dit artikel komen de volgende vragen aan bod: was Freud via de neurobiologie toch een wetenschapper? Moeten we terug naar het effect met wetenschappelijk gegronde behandelingen via de neurobiologie? Wat zijn hierin dan de keuzes en de verantwoordelijkheden? Tot slot is in dit artikel een pleidooi opgenomen voor een nieuwe wetenschap.


Het einde van de psychotherapie
Verhaeghe, P.
253 p.
2009
De auteur reflecteert over de veranderde plaats van de psychotherapie in een veranderde samenleving. De markt gedreven samenleving doet mensen meer economisch denken over hun leven en hun (psychische) gezondheid. Problemen kunnen en moeten hier en nu opgelost worden. En dit tegen een overeen te komen prijs. Gezondheidszorg wordt handelswaar. De klassieke psychotherapie heeft daarop geen goede antwoorden. De auteur gaat in dit boek op zoek naar nieuwe therapeuten voor deze nieuwe patiënten.

Commentaren op 'Het einde van de psychotherapie' (Verhaeghe, 2009)
Tijdschrift voor Psychotherapie
Vol. 35, nr. 6, blz. 438-476
2009
Deze tekst is een commentaar op het boek 'Het einde van de psychotherapie' van Paul Verhaeghe.

De psychotherapeut door zijn vrienden ontbloot. Kanttekeningen bij een onderzoek naar het profiel van de psychotherapeut in België
Tijdschrift Klinische Psychologie
Vol. 35, nr. 1, blz. 64-68
2005
Kanttekeningen bij een eerder verschenen onderzoek (Tijdschrift Klinische Psychologie, jaargang 35, nr. 1, pag. 7-47) naar psychotherapeuten in België.

De essentie van de psychotherapie vanuit een psychoanalytisch perspectief
Tijdschrift Klinische Psychologie
Vol. 35, nr. 2, blz. 109-118
2005
De essentie van psychotherapie wordt vaak gezien in haar effectiviteit en haar wetenschappelijke onderbouw. Gemeenschappelijk in alle verschillende therapiebenaderingen is de therapeutische verhouding tussen patiënt en therapeut. Vanuit psychoanalytisch standpunt gaat het dan over overdracht. De auteur gaat in op ethische en pragmatische consequenties hieraan verbonden.

Burn-out bij hulpverleners. Verslag van een psychoanalytisch kwalitatief onderzoek
Psychiatrie en Verpleging
Vol. 79, nr. 4, blz. 196-209
2003
De auteurs brengen verslag uit van een tweejarig onderzoeksproject rond burn-out bij opvoeders die zijn tewerkgesteld in de residentiële bijzondere jeugdzorg en de residentiële zorg voor gehandicapten.

Over normaliteit en andere afwijkingen. Handboek klinische psychodiagnostiek
Verhaeghe, P.
419 p.
2002
In het eerste deel van dit boek wordt een kritische evaluatie gemaakt van de hedendaagse DSM-diagnostiek. In het tweede deel wordt, op basis van een freudiaans-lacaniaans denkkader in combinatie met hedendaags empirisch onderzoek, hiervoor een achtergrondtheorie geschetst. Uiteindelijk wordt in het derde deel dieper ingegaan op de differentiaaldiagnostiek.

Liefde in tijden van eenzaamheid. Drie verhandelingen over drift en verlangen.
Verhaeghe, P.
207 p.
1998
De auteur her-denkt de freudiaanse tegenstelling tussen eros en thanatos als een tegenstelling tussen twee verschillende vormen van seksueel genieten. Dat deze tegenstelling voornamelijk tussen man en vrouw speelt, toont aan dat het verschil tussen de seksen veel verder gaat dan de tijdgebonden rolpatronen.

Tussen hysterie en vrouw. Van Freud tot Lacan: een weg door honderd jaar psychoanalyse
Verhaeghe, P.
251 p.
1996
Al wie vertrouwd is met de materie van de psychoanalyse is zich bewust van de moeilijke en gigantische arbeid die vereist is als men zich een weg wil banen in het domein van Freud en Lacan. De auteur is deze uitdaging aangegaan.

Persoonlijkheidsstoornissen als modefenomeen
Tijdschrift Klinische Psychologie
Vol. 24, nr. 2, blz. 121-143
1994
In dit artikel wordt aangetoond waarom binnen de freudiaans-lacaniaanse conceptualisatie de idee van persoonlijkheidsstoornissen volledig ontbreekt. Vervolgens wordt aangegeven aan welke theoretische noodwendigheid de 'personality disorder'-epidemie voldoet en welke ethische consequenties dit met zich meebrengt. Tenslotte gaat dit artikel op zoek naar de klinische relevantie van dit alles.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen